Vrijwilligersplatform: samenwerken met kansengroepen

 

Uitganspunt: het is mogelijk om de kloof te dichten tussen mensen in armoede en het vrijetijdsaanbod van je afdeling. Maar dat vergt engagement en tijd.

Mensen in armoede hebben geen vrije tijd

Mensen met een beperkt budget besparen op vrije tijd: ze komen niet toe aan uitstappen, reizen, hobby’s, speelgoed, het verenigingsleven en sociaal contact.

Mensen die in armoede geboren zijn, of nieuw zijn in ons land, hebben weinig ervaring met het verenigingsleven. Ze hebben een onvolledig beeld van wat er bij komt kijken. Ze kijken ook fundamenteel anders naar de wereld. De chronische stress vernauwt de blik. Participeren betekent voortdurend risico’s afwegen en keuzes maken.

Je moet er daarom vanuit gaan dat mensen in armoede nauwelijks spontaan in aanraking zullen komen met het aanbod van je afdeling. Hierdoor is de kans groot dat de mensen in armoede die je graag wilt bereiken zich niet inschrijven, niet aansluiten om risico te vermijden of afhaken bij tegenslagen, misverstanden of sociale druk.

Mensen in armoede beschikken immers over minder tools om hun vrije tijd te organiseren: bij de afwezigheid van flexibele werkuren, geld of een netwerk zijn relatief kleine problemen zoals een onverwachte uitgave of een plotse verandering van het startuur al moeilijk te overbruggen.

We moeten er dus vanuit gaan dat ons Linx+ netwerk en dat van je afdeling niet of nauwelijks raakt aan dat van mensen in armoede. Die kloof is te dichten, maar dat is door de complexiteit moeizaam op eigen houtje te doen. Dat vraagt om bemiddeling, omkadering, ondersteuning en opvolging.


 

Vier strategieën om mensen in armoede te bereiken

Demos vzw, een kenniscentrum rond inclusiviteit, onderscheidt vier verschillende strategieën om de kloof te dichten:

1)    Outreachend en bottom-up werken: de strategie is om bruggen te bouwen door het vrijetijdsaanbod te organiseren op de plaatsen waar mensen in armoede zich bevinden. Het vertrekt vanuit de visie dat “Moeilijk bereikbare doelgroepen” niet bestaan. Als je toenadering zoekt tot bepaalde doelgroepen en langsgaat bij de organisaties die ze zelf oprichten of waar ze zich welkom voelen, dan word je in de regel open en gastvrij ontvangen.

De bedoeling is om in de vertrouwde context van de mensen te werken en zo een aantal sociale drempels te verlagen. Daarbij is het belangrijk om het aanbod mee zelf door te mensen te laten maken.

Deze methode kan goed zijn om contacten te leggen, maar garandeert niet direct een doorstroom naar het bredere vrije tijdsaanbod van je afdeling. Daarom is het advies om deze strategie te combineren met de andere methodes.

2)    Individuele toeleiding: deze strategie rekent op brugfiguren, buddy’s of bemiddelaars tussen je afdeling en mensen in armoede. Toeleiding is immers een vak apart. Het vergt tijd en ambacht om contact leggen en het vertrouwen te krijgen en het vasthouden van mensen in een kwetsbare positie. Het vergt feeling om hen op een attente en discrete manier over de drempel te helpen en om hen te blijven ondersteunen bij onverwachte moeilijkheden.

Over deze verbindingsfiguren publiceerde Demos eerder al de brochure ‘Verbinding in de vrije tijd’. In verschillende steden ontstaan er sterke praktijkvoorbeelden zoals in LeuvenGent en Antwerpen. Maar ook in een landelijke omgeving zijn er brugfiguren actief zoals dit onderzoek van Samenlevingsopbouw laat zien.

3) Verenigingsondersteuning: In een ideale wereld gaan individuele toeleiding en verenigingsondersteuning hand in hand. Verenigingsondersteuning vertrekt vanuit de openheid van je eigen organisatie om je te laten begeleiden. Door het inroepen van expertise kun je je werking stap voor stap aanpassen om mensen in een kwetsbare positie beter te bereiken. Het voordeel van je te laten ondersteunen is dat de hele werking niet opgeslorpt wordt door het aanpassingsproces.

Uit het onderzoek blijkt immers dat een organisatie die bruggen wil bouwen, best heel wat sterke eigenschappen opbouwt: een heldere visie en identiteit, een reflectieve cultuur en een onderhandelbare structuur.

4) Samenwerking en netwerkvorming: Niemand kan dit in zijn eentje aanpakken. Het idee van de netwerkaanpak is dat je als partners naar elkaar kunt doorverwijzen of toeleiden. De bedoeling is dan om als afdeling mee een lokaal sterk netwerk uit te bouwen, zoals het lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie.

Organisaties als Pronet reiken specifieke kennis aan om het samenwerken in netwerken te bevorderen.

Toch blijkt het moeilijk om mensen in armoede rechtstreeks te laten participeren aan deze netwerken. Ze zetten zelden mee aan bestuurs- en overlegtafels. Die worden bevolkt door de professionele medewerkers.

In de Toolbox Diversiteit van Demos en de Ambrassade vind je alvast enkele tips en suggesties vanuit het jeugdwerk om vrijwilligers te betrekken bij een samenwerking.

Deze vier strategieën kunnen specifiek toegepast worden op een project, maar uit de praktijk blijkt dat enkel het organiseren van projecten niet leidt tot een toegankelijke organisatie waar mensen in armoede zich welkom voelen. Dat vraagt om een duurzaam en langdurig engagement.


 

Wat wij als Linx+ en als afdeling kunnen doen, is:

  • Samenwerken met lokale armoedeorganisaties en brugfiguren om zo met ons aanbod actief naar de mensen in armoede toe te gaan en hen te betrekken bij de opmaak ervan.
  • Ons laten begeleiden rond de vraag hoe onze werkingen en afdelingen een vertrouwde omgeving kunnen worden waar vrijwilligers in een kwetsbare positie zich welkom voelen.

 

Bronnen:

Hoe dicht je kloof tussen mensen in armoede en vrijetijdsaanbod? — Achtergrond — Sociaal.Net

Vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede (sociaal.net)